11 januari 2005
Omdat Loes het hele weekend al pijn in haar buik voelde, zijn we gisteren ipv vandaag naar de gynacoloog geweest. Bleek toch een aardige man te zijn, dus Loes haar eerste indruk van 'een norse vent' klopte niet helemaal. Dat bezoek leverde positief en ietsje minder positief nieuws op.
Hier een beetje wazige fotootje van het onderzoek:

Eerst een stukje theorie over tweelingen want dat zal een beetje weggezakt zijn bij de meesten:
| SOORTEN MEERLINGEN We bespraken al het verschil tussen de eeneiige en de twee-eiige tweeling. Ongeveer tweederde van alle tweelingen is twee-eiig, eenderde is eeneiig. Drielingen zijn meestal drie-eiig. In de baarmoeder bevindt zich rond het vruchtwater een vruchtzak. Deze vruchtzak bestaat uit een dun binnenste vlies, het amnion, en een dikker buitenste vlies, het chorion. Bij een twee-eiige (en soms ook bij een eeneiige) tweeling zitten er altijd rond ieder kind twee vruchtvliezen. Het tussenschot tussen het vruchtwater van beide kinderen bestaat zo uit vier vliezen. Men spreekt dan van een dichoriale-diamniotische tweeling (figuur a). Bij een eeneiige tweeling is het ook mogelijk dat er maar één buitenvlies is (chorion) en dat het tussenschot alleen uit twee dunne binnenvliezen (amnion) bestaat. De kinderen liggen dan wel in twee vruchtzakken. Dit noemt men een monochoriale-diamniotische tweeling (figuur b). Slechts zelden (1%) is er bij een eeneiige tweeling geen tussenschot en liggen beide kinderen in één vruchtholte. Dit wordt dan een monochoriale-monoamniotische tweeling genoemd (figuur c). Vroeg in de zwangerschap kan men met echoscopisch onderzoek een goede indruk krijgen over de dikte en de vorm van het tussenschot tussen de vruchtzakken. Men weet dan ook of de tweeling bichoriaal of monochoriaal is. Dit is van belang omdat de kans op complicaties bij een monochoriale tweeling groter is. Later in de zwangerschap is beoordeling van de dikte van het tussenschot vrijwel onmogelijk. Hoe weten we nu of de tweeling een een- of twee-eiig is? Twee kinderen met een verschillend geslacht zijn altijd twee-eiig. Twee kinderen van hetzelfde geslacht met ieder twee vruchtvliezen kunnen zowel een- als twee-eiig zijn. Bij slechts één vlies is er altijd sprake van een eeneiige tweeling. Als na de geboorte onduidelijk is of het een een- of twee-eiige tweeling betreft, kan soms het bloed van beide navelstrengen worden onderzocht op bloedgroep en rhesusfactor. Verschillen deze, dan is de tweeling in elk geval twee-eiig. Zijn ze hetzelfde, dan is de kans heel erg groot dat het om een eeneiige tweeling gaat. |
|
| Transfuseur-transfusé-syndroom, of ‘twin-to twin’-transfusiesyndroom (TTS) Dit is een complicatie die alleen optreedt bij monochoriale tweelingen. Bij zo’n tweeling zijn er altijd bloedvatverbindingen tussen de twee delen van de placenta die elk kind van bloed voorzien. Daarbij kan een situatie ontstaan dat er meer bloed van het ene kind naar het andere kind gaat dan er terugkomt. Het kind dat bloed ‘weggeeft’ (de transfuseur) krijgt bloedarmoede en groeit daardoor vaak minder goed dan het broertje of zusje dat extra bloed krijgt (de transfusé). Ook het kind dat extra bloed krijgt, heeft vaak problemen: het hart kan het niet goed aan om dit extra bloed rond te pompen, met als gevolg dat zich vocht ophoopt in het lichaam. Het kind dat bloed weggeeft, heeft te weinig bloedvolume; de nieren krijgen minder bloed en het kind gaat minder plassen. Het gevolg is dat het vruchtwater rond dit kind afneemt. Het kind dat te veel bloed krijgt gaat juist meer plassen; daardoor neemt het vruchtwater rond dit kind toe, wat een extra snelle groei van de baarmoeder veroorzaakt. Soms merkt de zwangere dit doordat de buik enorm gespannen aanvoelt. Deze te snelle groei kan aanleiding zijn voor een vroeggeboorte. De situatie waarbij het ene kind aan het andere bloed weggeeft, noemt men het transfuseur-transfusé-syndroom, of het ‘twin-to-twin’- transfusiesyndroom, vaak afgekort als TTS. Het grootste gevaar is dat een van de kinderen in de baarmoeder overlijdt. Dit kan ook de dood van het andere kind veroorzaken, en als dat kind blijft leven bestaat er een grote kans op hersenbeschadiging. Gelukkig komt een TTS weinig voor. Als de gynaecoloog denkt aan een TTS, bijvoorbeeld omdat bij echoscopisch onderzoek blijkt dat het gaat om een monochoriale tweeling met ook nog een groot verschil in vruchtwater tussen de twee kinderen, krijgt u vaak een verwijzing naar een speciaal spreekuur in een academisch of ander groot ziekenhuis voor verdere begeleiding van de zwangerschap. Het is nog niet duidelijk wat de beste behandeling voor TTS is. Door middel van een laserbehandeling kunnen de verbindende bloedvaten dichtgemaakt worden. Een andere manier is vruchtwater te laten aflopen. Bij alle behandelingen echter blijft de uitkomst van een zwangerschap met een TTS vaak zorgelijk. De gynaecoloog kan u meer informatie hierover geven. |
Voor degene die daar nog veel meer over willen lezen (en daar de tijd voor hebben) hierbij 2 links:
Meerlingen: medische info
Meerlingen: leuke info
Omdat wij zowiezo uitzonderlijk zijn gaat het in ons geval hoogstwaarschijnlijk om figuur C; de monochoriale-monoamniotische tweeling. Mooi woord en bovendien een grote zeldzaamheid, maar dit brengt dus wel extra risico's met zich mee, o.a. risico op TTS. Als ik het woord 'risico' hoor dan wil ik dat graag gekwantificeerd zien. Internet geeft hierop uiteraard een antwoord en dat luidt: 10%. Je begrijpt dat er wel sprake is van enige bezorgdheid...
Helemaal zeker is dit nog niet omdat de eerste echo een belangrijke rol speelt. Hierop zou namelijk te zien kunnen zijn of er een dunne vlieswand bestaat tussen de tweeling. Maar de informatie over deze echo is helaas niet compleet. De echo apparaten zijn niet zo modern hier. Zo moesten we al van de ene naar de andere kliniek lopen omdat de andere gynacoloog een beter echo apparaat heeft.
En dan het goede nieuws: ze blijken geen vergroeiingen te hebben tussen de benen..... En aangezien in bepaalde (niet medische) kringen beweerd wordt dat bij mannelijke personen daar het verstand zit, zal in dit geval sprake zijn van normale wezens met het verstand tussen de oren. Moet ik toch eens een goed gesprek hebben met Arwin; van man tot man. Hij wordt zich meer en meer bewust van zijn mannelijkheid. Hij wijst mij al op de verschillen tussen ons als we onder de douche staan: 'pappa een grote en Arwin een kleine'. Hij beseft nog wel dat ik slimmer ben.